De beagle is de kleinste van alle lopende honden. De naam van dit Engelse ras zou afkomstig zijn van de Keltische taal en inderdaad “klein” betekenen.

Het bestaan van kleine honden die op neus jagen, gaat zeer ver terug in de tijd. Ze worden al duidelijk vermeld door de Griekse schrijver Xenophoon (430-355 voor Christus) in zijn verhandeling over de jacht “Cynegeticos”. Maar het is wachten tot het jaar 1475 van onze tijdrekening om de term “beagle” gebruikt te zien in het anonieme Engelse gedicht “ The Squire of Lowe Degree” waar we lezen “With theyr beagles in that place…”.

 

Tijdens de 16e, 17e en 18e eeuw werden er beaglemeutes op nagehouden voor de jacht door nogal wat adellijke heren en dames, in navolging van historische figuren waarvan Elisabeth I, Queen of England, de bekendste is. Haar “singing beagles” waren zo klein van formaat dat ze in een handschoen of vestzak konden gestopt worden. Vandaar de termen “glove beagle” en “pocket beagle”.

 

Vroege gravures van beagles wijzen op een grote verscheidenheid in type en schofthoogte naargelang de streek waar gejaagd werd of naar voorkeur van de meutemasters. Dit wordt duidelijk geïllustreerd door de afbeeldingen hieronder.

 

 

 

 

Het streven naar een grotere eenvormigheid groeide in de tweede helft van 19e eeuw en was de aanleiding tot het inrichten van tentoonstellingen waarvan de Peterborough show de  bekendste was. Dit lag dan weer aan de basis van de oprichting van de Beagle Club in 1890, en van de Association of Masters of Harriers and Beagles in 1891. De standaard waarnaar het ras moest gekeurd worden had als doel de fysieke kwaliteiten te omschrijven die nodig waren om een beagle het haas in alle omstandigheden zo goed mogelijk te laten bejagen. Hij werd opgesteld door de meest uitgelezen masters en bleef fundamenteel onveranderd tot vandaag. Rond 1910 was er een grote vooruitgang gemaakt en waren de fokkers het vrijwel unaniem eens over het vereiste type van de beagle.

 

De Eerste Wereldoorlog had een vernietigende impact op het fokken van honden en de beagles werden bijzonder zwaar getroffen. Hun aanwezigheid op de shows werd herleid tot nihil, deels ook omdat de masters geen honden meer stuurden naar de tentoonstellingen. Pas vanaf 1930 kwam er een heropleving dankzij de inzet van enkele befaamde fokkers.

 

Het geleverde werk qua type en populariteit werd weer ongedaan gemaakt door de Tweede Wereldoorlog. Het was herbeginnen van nul. In de loop van de volgende decennia heeft de beagle echter een opgang gemaakt die van hem een zeer populaire hond gemaakt heeft. Voor 2013 werden in de U.K. 2365 beagles ingeschreven in het stambomenregister van de Engelse Kennel Club.

 

In de U.S.A. werd de beagle al ingevoerd met de eerste emigratiegolven vanuit Engeland. Hij bekleedt er nu de vierde plaats op de populariteitslijst alle rassen van de American Kennel Club.

 

En in België? In 2013 werden bij de BVIRH (Belgische Vereniging voor Identificatie en Registratie van Honden) 2719 beagles ingeschreven. De populariteit van het ras bij ons hoeft dus geen betoog. De meeste van hen werden  ingevoerd uit de vroegere Oostbloklanden en hier verkocht door hondenhandelaars. Slechts 127 waren houder van een LOSH-stamboom toegekend door de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus, dit wil zeggen raszuivere beagles uit op DNA geteste ouders met een kwalitatief fokattest…

 

Ter illustratie 2 Belgische kampioenen van 2014: 

 

Bel.CH. Let It Rock Of the Heath Lake

Fokker/eigenaar: Liana Huyskens 

 

 

Bel.CH. Altajara Love To Love

Fokker: Francisco Jose Caro Ruiz

Eigenaar: Kathy Verlooy